U bent hier: Artikelen > Blogs > Jan Kraak vertelt

Jan Kraak vertelt

10 mei 2009 21:53

Hoe is het begonnen, van Zen naar Tao, Jan Kraak vertelt

Zo is het begonnen
Het begon met judo, jiu jitsu en Zen

Jan Kraak ( geboren in Groningen op 7-3-1936)
Direct na 1945 ging ik bezig met judo, jiujitsu, cochin jitsu, Zen en meditatie. Ik trainde bij judoclub Sakae in Groningen. De trainer was Webbo Zuidland. Sakae was aangesloten bij de NAJA (Nederlandse Amateur Judo Associatie), de organisatie die als eerste en enige in Nederland een erkenning had van de Kodokan in Japan. Het was een mooie tijd. De Japanse ceremonies werden nog in acht genomen.





Verschillende NAJA-leden, waaronder Marius Schutte sr. (bekend als Opa Schutte en 5e dan, veel eerder dan Anton Geesink) gingen naar de Kodokan en Japanse grootheden als Tokio Hirano, prof. Oda (10e dan) kwamen naar Nederland om met ons te trainen. Ook de vijfde dan Robert Godet uit Frankrijk kwam naar Nederland. De zwarte banders Rob Noordlander, Cees van Elk en Marius Schutte (Amsterdam, en Haarlem kwamen, geregeld naar onze club in Groningen. De Japanse sfeer lag mij als jeugdige beginneling direct.

Naast het judo beoefende ik ook 3 jaar de bokssport bij sportschool Fre de Vries. Als elfjarig jochie moest ik trainen tegen boksers van 20 jaar en ouder. Maar gelukkig leerde Fre de Vries mij extra het voetenwerk, ontwijken en meegeven.
De Vries had dat weer opgepikt van de faire technische legendarische boksers als Luc van Dam, Benny Bril en Carpentier. Ik was ook een half jaar bezig met het worstelen bij Kracht Door Oefening (KDO) met als trainer Evert Wijchers. Vervolgens ging ik naar Body Buildingclub Steve Reeves (mr. Universe) van Ralph Lorje in Groningen. Enkele jaren trainde ik daar een licht programma, dat ook destijds in trek was bij filmsterren om slank te blijven. Het ging mij dus niet om het oppompen van het lichaam.






In mijn judo tijd was er ook nog de NJJB, de Nederlandse Judo en Jiu Jitsu Bond, die de NAJA niet erkende. Onze banden werden ook niet erkend. Zij werden gedekt door de Nederlandse Sport Federatie. Het was een belediging naar de bakermat van het judo Kodokan in Japan die de NAJA wel erkende en de NJJB niet. De NJJB was een club van bobo's en baantjesjagers. NAJA judoka's gingen regelmatig naar de Kodokan en Kodokan judomeesters kwamen bij ons. Onder hen ook Tokio Hirano. Ook professor Oda, 10e dan, vereerde ons met een bezoek. Hij werd van het vliegveld gehaald, het waaide nogal en op de vliegtuigtrap verscheen een klein tenger Japannertje. Iemand merkte op 'die blaas je zo omver'. Waarop Marius Schutte sr. (Opa Schutte) zei: ''Hij is nooit daar waar je naar toe blaast'. En zo was het ook. Bij de training, zo herinner ik mij, had menigeen hem op de heup. Maar dan lag professor Oda niet op de grond, maar zijn tegenstander. Dat ging soms zo snel dan je niet de judoka zag maar een witte streep.

In de jaren 50 kwamen veel er Ambonezen naar Nederland. Enkelen wilden wel even kijken wat ik beoefende en zo ontstond er een uitwisseling. Inmiddels opende mijn judovriend Hessel van der Sluis in Groningen zijn eigen club onder de naam Shido, waar ik ook nog ging trainen. In militaire dienst kon ik ook nog oefenen, onder anderen boksen en judo omdat bij mij enkele judoka's van Go Da Yu uit Winschoten gelegerd waren. Go Da Yu was mij goed bekend, want ik volgde daar ook nog enige tijd kadertrainingen.

In het judo ging het er toen nog Oosters toe. Veel buigingen en respect. Voor het trainen een kwartier of langer in zazen mediteren Dat heeft de basis gelegd voor zijn denken over de Oosterse filosofie.
De gezondheid, de beheersing, beleefdheid en de Oosterse filosofie stelde hij boven het draaien van wedstrijden, competitiedrang en winnen. Mijn advies: 'een vermeden gevecht is een gewonnen gevecht'.

De ervaring met de NJJB deed mij toen besluiten, toen ik met judo stopte, mij nooit meer bij een organisatie aan te sluiten vanwege het gekissebis en rivaliteit onder de organisaties. Ik moet zeggen, dat de NAJA zich daaraan nooit schuldig heeft gemaakt. Ik koos er voor alles via Tao te doen, zonder organisatievorm, het te laten komen als het komt volgens de filosofie van woe wei (het doen door niet te doen). Woe wei wil zeggen dat er vanzelf een zelfregelurend mechanisme ontstaat en dat dat een onderlinge band geeft.

In latere jaren kwam ik in aanraking met kung fu door enkele Nederlandsers die in Honkong en Macao werkten en het daar met Chinese vrienden beoefenden. Een deel daarvan was Wing Chun. Een paar jaar later verloor ik ze uit het oog. Ik hoorde wel dat ze de koopvaardij hadden gekozen. In 1994 hoorde ik dat een Chinees, Chan, in Nederland een Wing Chun-organisatie wilde opzetten. Ik ben in Den Haag een paar keer op een oprichtingsbijeenkomst geweest. Ik dacht ik pak het weer op, want ik kende al verschillende technieken en de eerste vorm. Ik heb 2 pasfoto's ingeleverd en 25 gulden betaald. Hij zei dat je na 3 maanden al les kon geven in de basisprincipes van Wing Chun. Ik heb nooit bericht meer gehad. Wat het is geworden weet ik niet.

Ik ontdekte dat veel Japanse dingen afkomstig waren uit China en zo richtte ik mij steeds meer op dit land, de cultuur en filosofie. In de trainingen die ik had gedaan was ook qi gong verweven. De principes van tai chi werden ook besproken. In 1972 raakte ik geboeid door tai chi.
Ik ontdekte dat tai chi voortkwam uit Tao Yin, de oudste manier van qi gong. Door research tot aan de bron van tai chi (de Tao Yin en qi gong) ontwikkelde ik in 1978 Tai Chi Tao en de Vijf Elementen Tai Chi Tao en qi gong.

Jarenlang heb ik gratis les gegeven in Tai Chi Tao en niet agressieve zelfverdedigingslessen. Ik integreerde in de zelfverdediging ook geweldloze weerbaarheid en actieve geweldloosheid. Veelal werd in een park of in het bos geoefend. Bij slecht weer bij mij thuis. Later in een zaal waarbij gezamenlijk de zaalhuur werd betaald, de lessen waren gratis.
Op verzoek begon ik in 1978 les in tai chi-tao te geven.In 1981 nam ik met Alie het initiatief tot oprichting van de Oostelijke Groep van Tai Chi Tao en Qi Gong Leraren. Deze methode breidde zich gestaag uit.
Bij de Groep kwamen later Martin Wessels, Ted Duijvestijn. Tai Chi Tao is een snel groeiende methode. De Oostelijke Groep van Tai Chi Tao en Qi Gong Leraren werkt volgens de zelfregelurende methode en vormt toch een hechte groep.




Van 1972 tot 1994 gaf ik ook les in kung fu. Hieruit selecteerde ik de meest zachte technieken. De eerste drie maanden kregen de deelnemers alleen maar technieken van ontwijken, voetenwerk, duwen, balans verstoren en bevrijdingen. Dus geen trappen of stoten. Degene die alleen maar om het vechten kwam en niet het geduld had selecteerde zichzelf weg. Mijn filosofie was dat er al geweld genoeg was en dat dat alleen maar zou toenemen. Na de drie maanden kregen ze een maand lang les in het geven van plaag- ofwel waarschuwings stoten, duwende stoten, en dat werd op gevoerd van zacht naar iets steviger maar niet voluit. Op deze manier leerden ze een stoot te beheersen en aan te passen aan de omstandigheden. Na die maand leerden ze meer voluit te stoten en dan van hard naar keihard. In de methode zaten ook bokstechnieken en technieken uit Wing chun waaronder de 5 inches tot 1 inches stoten. In de lessen verwerkte ik ook geweldloze weerbaarheid en actieve geweldloosheid.

Een onderdeel was ook qi gong voor de gezondheid en betere weerstand.









------------------------

In mijn aanpak heeft de beheersing, de filosofie en de gezondheid altijd voorop gestaan.

Opa Schutte
De innerlijke weg en gezondheid

Ik ben altijd geinteresseerd geweest in de gezondheidskant.
In oorlogstijd had ik enkele keren longontsteking gehad en een
keer was het levensbedreigend. Ik hield er een bronchitis aan over.
Na de bevrijding kon ik bijna vlak bij de deur naar judo en leerde er ook ademoefeningen en Zen-meditatie.

Omdat ik in het begin rekening moest houden met zijn conditie leerde ik mijn krachten te verdelen en hoe ik mij moest aanpassen. Ik werd daarin heel creatief en ging mij meer richten op de gezondheidskant.
Bij het geven van judo en jiu jitsu-lessen ging ik de technieken aanpassen aan de mogelijkheden en beperkingen van de leerling.


En dat heb ik doorgezet in kung fu. Logisch gevolg was dat ik dat ook in tai chi integreerde. Ik oefende onder anderen bij Erri de Vries. Ik werd in het Tai Chi Tao mede ge?nspireerd door de meesters Al Huang en Gia Fu Feng. Ik volgde verschillende workshops om poolshoogte te nemen. Toen de twee Chinezen, Tang Wei en echtgenote probeerden in Nederland een verblijfsvergunning te krijgen, hebben Martin Wessels en ik met twee rechtenstudenten uit Groningen alles in het werk gesteld deze mensen in Nederland te houden. Ze konden alleen een verblijfsvergunning krijgen als ze inkomsten hadden. Martin en ik hebben ze toen een contract aangeboden voor een jaar en met Tang Wei, Pa Kwa-Hsing I en zwaarvorm getraind. De opzet om ze hier te houden slaagde.

Van de innerlijke kant, nei kung ofwel neijia, leerde ikook het een en ander van de veelzijdige meester Bruce Kumar Frantzis. Deze spreekt Japans en Chinees en is bedreven in Pa Kwa, Hsing I, judo, Aikido, acupunctuur, Qi Gong en diverse stijlen tai chi.

Ik kwam begin 1999 in aanraking met Falun Gong. Xiaojun Zhu leerde het mij. Hierbij gaat het ook om het verfijnen van energie. Het is een vaste serie van 5 sets. Afgeraden wordt om andere qi gong te doen. Maar er zijn ook andere methodes om de energie te verfijnen. In het verleden had ik al veel soorten qi gong onderzocht en bij de meeste ging het om een monopolie. Dat past niet bij het boeddhistische en taoistische gedachtengoed.

Daarom kwam ik steeds terug op Tao, de gezondheidskant en het aanpasbaar maken van qi gong en tai chi voor iedereen. De zachte en vriendelijke weg paste ik in de praktijk daadwerkelijk toe. Tai Chi Tao is heel anders dan andere systemen. Ik volgde vele workshops en bestudeerde videobanden. Ik selecteerde en maakte alles gebruiksvriendelijker. Door zmjn research kwam ik tot mooie Vijf Elementen oefeningen en vormen, verschillende soorten Tai Chi-Qi Gong. Kortom, het werd de basis voor Tai Chi Tao met als filosofie zoals die in de voorgaande artikelen wordt uitgelegd.


Ik paste mijn methode ook aan mensen met reuma, hyperventilatie, astma, fibromyalgie, ME, MS, en andere kwalen. stress, psychische klachten, Parkinson, osteoporose, artritis, schouder-, nek- en rugklachten, enz. Blokkades worden weggenomen, verstoorde energie?n worden weer in harmonie gebracht.
In Tai Chi Tao wordt niets overbelast. Zo worden spieren sterker, zonder ze aan te spannen. Het gebeurt louter energetisch. Alles is laagdrempelig.

Ook voor kinderen maakte hij de lessen aantrekkelijk en beeldend. Voor ouderen bleek Tai Chi Chuan te moeilijk en te tijdrovend. Daarom lanceerde ik in 1987 op een grote manifestatie van Welzijn Ouderen in Meppel voor ouderen Tai Chi Tao, samen met Ted Duyvestijn, Martin Wessels en Alie Kraak. Door Tai Chi Tao hoeven er geen aparte cursussen voor ouderen gehouden te worden. De ouderen wordt in de gewone lessen ge?ntegreerd en niet beschouwd als een aparte groep.



Tai Chi Tao is nog steeds in ontwikkeling. Vooral met het oog op het afstellen van de nieuwe kosmische energie die nu al enkele jaren bezig is om de aarde voor te bereiden op de Nieuwe Tijd. Mensen kunnen deze trillingen leren ontvangen.

Ik volg die veranderingen op de voet.

Docenten van de Oostelijke Groep van Tai Chi Tao en Qi Gong Leraren vormen 'één familie'. De leden van de familie begrijpen dat alles samenhangt. Net als in het Tao en het Universum staat niets opzichzelf. Er is steeds een uitwisseling en wisselwerking. Zo kan alles ongedwongen en gesmeerd lopen.